Industrialisatie als opmaat naar een nieuwe samenleving

Voordat Panningen rond 1960 industrie kreeg en sterk moderniseerde, was het niet meer dan een uit de kluiten gewassen boerendorp. Mede dankzij burgemeester Cremers kreeg Panningen de status van Industriekern. Vanaf eind jaren 50 vestigden zich tal van fabrieken op het nieuwe industrieterrein én begon een snelle bloei van het dorp Panningen. Patrick van ‘t Hooft uit Egchel schreef over die veranderingen een boek dat op vrijdag 22 maart wordt gepresenteerd in Streekmuseum Peel en Maas.

“Het klinkt misschien niet als een sexy onderwerp als je het zo voor de eerste keer hoort, maar die periode in de jaren 50 en 60 is voor Panningen en heel Peel en Maas van ontzettend groot belang geweest”, vertelt Van ‘t Hooft. “Daarvóór was hier in de buurt alles gericht op de agrarische sector. Door de komst van de industrie ontstond nieuwe werkgelegenheid, kwamen er betere scholen en andere voorzieningen en werd het centrum van Panningen sterk gemoderniseerd. De hele samenleving veranderde in die tijd.”

Met de bus naar de mijnen
Van ‘t Hooft schrijft in het boek, getiteld ‘Van ploeg naar ploegendienst’, onder meer over hoe burgemeester Cremers er bij provincie en rijk voor pleitte om Helden (feitelijk Panningen) aan te wijzen als ‘industrialisatiekern’, met speciale subsidies om bedrijven te lokken. De burgervader slaagde daarin, waardoor gunstige omstandigheden ontstonden voor bedrijven om naar het industrieterreinen in Panningen (en later Beringe) te komen.

Toen burgemeester Cremers begon aan zijn inspanningen, werkten de mensen in de regio vooral op boerenbedrijven. Maar door de enorme bevolkingsgroei na de Tweede Wereldoorlog en de mechanisering was er te weinig werk in die sector. Bijna al het land in de omgeving was al ontgonnen, dus nieuwe landbouwgrond creëren zat er ook niet meer in. “Veel boerenzonen kozen eieren voor hun geld en gingen met bussen naar fabrieken in Eindhoven, Weert of Venlo. Of ze reisden naar Zuid-Limburg om daar in de mijn te werken. Daar kwam door Cremers verandering in: ze konden hier werk vinden.”

In het boek vertelt Van ‘t Hooft over het moment dat Philips in 1957 als eerste grote bedrijf een vestiging opent in Panningen. Daarna gaat het snel. Onder meer metaalbedrijf SIF, metaal-constructiebedrijf Limac, Sleutels Conserven en jachtenproducent Argos volgen het Eindhovense bedrijf. In navolging van de bedrijventoeloop wordt ook het centrum van Panningen volledig vernieuwd en gemoderniseerd. Op 21 juni 1962 organiseert de gemeente een officiële opening van het industrieterrein. Op de Markt in Panningen wordt een kunstwerk van Kesselnaar Wim Rijvers onthuld dat overgang van de landbouw naar de industrie uitbeeldt. Dat beeld is ook nu nog steeds in Panningen te vinden tegenover de ingang van de Markt bij de Schoolstraat en staat centraal bij de tentoonstelling in het streekmuseum.

Tentoonstelling in streekmuseum
Van ‘t Hooft schreef het boek namelijk in opdracht van Streekmuseum Peel en Maas. In het museum, gevestigd in Kerkeböske in Helden, wordt ook een tentoonstelling gewijd aan het onderwerp. “Op panelen zijn daar onderwerpen uit het boek te zien. Die moeten aha-momenten opleveren bij mensen, een beeld van herkenning oproepen”, vertelt Van ‘t Hooft. “Daarom maken we in het boek en bij de tentoonstelling, beide opgemaakt door grafisch ontwerper Frans Korsten, heel veel gebruik van foto’s uit die periode. Daardoor is het toegankelijk voor een breder publiek.”

De opening van de tentoonstelling wordt verricht door het Panningse Tweede Kamerlid Mustafa Amhaouch. “Diens vader was medio jaren 60 één van de eerste gastarbeiders die in de Heldense industrie kwamen werken”, aldus Van ‘t Hooft. “De nieuwe fabrieken kwamen namelijk al gauw handen tekort.” De industrialisatie droeg zo ook bij aan een veranderende bevolking. Van ‘t Hooft: “Ik besteed in het boek ook veel aandacht aan wat de kerk van de industrie vond en de positie van vrouwen in het werkende leven. Ik denk dat het boek niet alleen een inkijk geeft in de industrialisatie, maar in de hele maatschappij in die periode.”

Het boek is te verkrijgen bij onder meer het museum en Panningse boekhandels.

(Foto: De feestelijke onthulling van het kunstwerk voor de industrialisatie in 1962)