Geplukt Twan Verschaeren

Bridge is een spel van kansberekening. Iedereen kan het leren, maar wil je een beetje meespelen op nationaal niveau, dan helpt een carrière als financieel macro-specialist bij het ministerie van Economische zaken wel. Twan Verschaeren (63) uit Panningen bridget inmiddels op landelijk niveau. Deze week wordt hij geplukt.

‘s Avonds zit Twan meestal met een pilsje op de bank en kijkt naar de tv-programma’s Pauw of Jinek. Hij volgt de actualiteiten op de voet en is maatschappijkritisch. “Ik ben absoluut niet links”, haast hij zich te zeggen. “Maar ik stoor me aan de scheefgroei in de maatschappij. Aan het fenomeen werkende armen. Dat je met twee man moet werken en dat er nog geen geld is voor vakantie.”

De maatschappij verhardt. Steeds minder mensen kunnen mee. In de tuin achter zijn huis in Panningen vertelt Twan dat hij veel van zulke mensen begeleidt. Op sociaal juridisch en fiscaal gebied. Zo ondersteunt hij mensen die in de knel komen. Bijvoorbeeld met een arbeidsconflict. En hij helpt als vrijwilliger twee Syrische gezinnen hun weg te vinden door de bureaucratie in ons land. Een behoorlijk analytisch vermogen komt bij dit soort kwesties goed van pas. En daarvoor ben je bij Twan Verschaeren aan het juiste adres. Hij is net 63, met prepensioen en houdt zijn analytisch vermogen scherp met bridge.

Bij bridgeclub Helden is hij voorzitter van de technische commissie die de bridgeavonden regelt en van de toernooicommissie die verschillende toernooien en activiteiten organiseert, zoals een fietskroegentocht. Eén bridgeclub is voor hem niet genoeg. Hij speelt ook bij Bridgeclub Leudalkwartier en inmiddels zelfs landelijk in de tweede divisie.

Het kaartspel leerde hij kennen in 2000. In die tijd werkte hij in Den Haag bij het ministerie van Economische Zaken. 21 jaar werkte hij daar, waarvan 17 bij het Centraal Plan Bureau. Zijn zonen, een tweeling, waren toen 6. Zijn dochter 8. Op zondagavond bracht hij hen naar bed, daarna stapte Twan, rond een uur of tien, in de auto en reed naar Den Haag. Op woensdagavond was hij weer thuis om hen naar bed te brengen. “Op donderdag werkte ik thuis en op vrijdag was ik vrij.”

Rond 2015 liep het bridgen in Den Haag af. Het telewerken raakte in zwang; hij zegde zijn appartement in Den Haag op en ging meer en meer in Limburg bridgen. Hij werd lid van de Bridgeclub Helden en drie jaar geleden ook van Bridgeclub Leudalkwartier in Heythuysen. Dat geeft hem meer uitdaging. “Er is meer competitie”, legt hij uit. “Die club telt zeven bridgers die landelijk in de tweede divisie spelen.”

Sinds maart is hij er daar één van. Dat wil zeggen: samen met zijn bridgepartner Henk van Bree uit Horn. Want bridgen doe je in paren. En als partners moet je op elkaar ingespeeld zijn, zoals in elke relatie. Met zijn partner in Leudal heeft hij een heel andere relatie dan met die uit Helden, vertelt Twan. “In Helden bridge ik samen met Marij Knapen. Zij staat met twee voeten op de grond, ik ben degene die de grenzen opzoekt. Ik ga niet gokken, maar neem een gecalculeerde mate van risico. Met Henk van Bree ben ik juist degene die op de aarde blijft en zoekt hij de risico’s op.”

Bridge houdt de hersenen actief. Het dwingt tot nadenken. “Het is gebleken, en ik merk het zelf ook, dat het de geest fit houdt.” Uit onderzoek blijkt dat wie zijn hersenen actief houdt, minder snel dementie krijgt, weet Twan.

Twan hoeft voorlopig niet te vrezen voor dementie. Zijn geheugen maakt dat hij nooit een agenda nodig heeft. Bij het bridgen gebruikt hij dat geheugen om te onthouden welke kaarten er in het spel zitten en hoeveel punten iedereen heeft. Hij blijft tijdens het spel calculeren en kansberekenen. En met rekenen zit het wel goed, in 2007 werd hij op een haar na kampioen van het landelijk rekendictee. “Iemand uit Meerssen was net iets sneller.”

Zijn calculerende brein bracht hem tot zeven overwinningen van clubkampioenschappen in drieënhalf jaar tijd. Bij drie verenigingen, dus met drie verschillende partners. Op landelijk niveau kan hij nog best wat bereiken, “maar kampioen zit er niet in”, zegt hij. Misschien zijn kinderen? “Mijn zonen spelen poker. Dat gaat hen prima af. Ik durf ze met gerust hart naar Las Vegas te sturen.”