Franse waarachtigheid in een sprookje van Ton van Reen

Wie Frankrijk tot in de kern wil beleven, kan deze zomer thuisblijven. Schrijver Ton van Reen biedt je de oorsprong van de huidige Franse cultuur en literatuur in de vorm van een goed leesbaar sprookje. Niet zomaar een sprookje, maar eentje die de waarheid inhaalt.

In een woekerend bos in het Maasbreese Dubbroek, waar elke avond heksen, kabouters of wolven verwacht worden, staat een te grote, voormalige boerderij vol oude boeken en halfvergane literatuur. Daartussen schrijft Ton van Reen naarstig en verwoed tegen het verdwijnen in de mist van de vergetelheid.

Het is de mist waarin ook overleden Franse collega-kunstenaars in deze moderne tijd in rap tempo dreigen te verdwijnen. In zijn laatste boek Vlucht uit Montaillou beschrijft hij het zwaar onderkomen pantheon waarin zij verblijven. Franse schrijvers, muzikanten en zelfs enkele politici blijven weliswaar voortleven in de gemeenschappelijke herinneringen, maar voor de huidige Franse president heeft cultuur geen prioriteit. Een van de bewoners van het bouwvallige Pantheon is Brigitte Bardot. “Het ministerie van Cultuur subsidieert alleen nog dorpsfanfares en militaire muziekkorpsen”, zo beklaagt ze zich.

Ook de hoofdpersoon uit het boek, Boris Vian, heeft een plaats weten te bemachtigen in dit Pantheon. Als overleden schrijver is hij immers nog niet vergeten door het volk. Vian leeft voort in de geesten van de mensen en tijdens dat bestaan schrijft hij een sprookje over een beer.

De beer woont in een grot vol boeken en wijn bij Montaillou, een klein dorpje in de Languedoc, ‘waar de waarheid vele versies kent’. De beer heet niet alleen Napoleon, maar is daadwerkelijk de voormalige Keizer. Tijdens de laatste dagen van zijn leven heeft hij zich bekeerd tot het Hindoeïsme, zodat hij in de gedaante van een dier terug kon keren. Napoleon wil opnieuw keizer worden. Samen met Claire, een meisje dat weg wil uit het dorpje Montaillou, trekt hij naar Parijs.

In dit boek neemt de waarachtigheid van het sprookje zulke groteske vormen aan, dat het sprookje daadwerkelijk gebeurt, terwijl Boris Vian het schrijft. Op een gegeven moment is het niet meer duidelijk of de werkelijkheid nog boven het sprookje staat, of dat de roman in wording een loopje neemt met de werkelijkheid.

Hoe het ook zij, ‘sprookjes vertellen meer over de realiteit dan een verslag van de werkelijkheid,’ laat schrijver Ton van Reen de schrijver Boris Vian zeggen. ‘Voor duiding hebben we kranten. Voor de waarheid moet je bij jezelf te rade.’ Uit citaten als deze blijkt dat, voor wie Ton kent, Boris Vian zijn alter ego is.

De grote hoeveelheid Franse leenwoorden en namen maakt dat je af en toe denkt een Frans boek te lezen. Zelfs wanneer je de Franse taal niet machtig bent. Wie daarbij niets weet over Franse literatuur en cultuur kan die overvloed aan Franse grootheden bijna te veel worden. Maar juist dan valt er veel te leren over hun wijze van denken en de manier waarop zij in het leven staan.

En passant lees je dat Maria nooit is verschenen aan Bernadette Soubirous. Zij heeft dit altijd ontkent. En je komt exact te weten wat de heilige graal is en waar deze zich bevindt. Het moet wel waar zijn, want het is de heilige Vincentius zelf die het verklapt aan Boris Vian.


Vlucht uit Montaillou van Ton van Reen, 438 pagina’s, kost 22 euro en wordt uitgegeven door In de Knipscheer.