Geplukt Hem Hendrix uit Maasbree

Na een heftige periode heeft hij zijn leven weer op orde gekregen en kan hij optimaal genieten van zijn vrije tijd. Twee tot drie keer in de week is hij te vinden bij de Maasbreese beugelclub, waarbij hij in de ereklasse speelt. Deze week wordt de 64-jarige Hem Hendrix uit Maasbree geplukt.

Hem Hendrix is geboren en getogen in Maasbree. Hij groeide op in een gezin met tien kinderen. “Mijn ouders, Piet Hendrix en Lien Smits, hadden een pluimveebedrijf in Maasbree. Als we niet in het bedrijf hoefden mee te werken, dan mochten we het huis poetsen. Toen mijn vier oudere zussen uit huis waren, kregen de jongens de huishoudelijke taken. Om beurten kregen we één week ‘de beurt in huis’".

Echter is de familie Hendrix-Smits door het te vroege overlijden van meerdere familieleden (ouders, broers, zussen en zwagers) aanzienlijk kleiner geworden. “In mijn directe kring heb ik al tien mensen verloren waarmee ik van kleins af aan samenwoonde. Binnen de familie kwam hartfalen en verschillende vormen van kanker voor. Mijn oudste broer is bijvoorbeeld op 25-jarige leeftijd aan maagkanker overleden. Het is erg triest.”

Ook Hems vrouw Truus stapte uit het leven. “In 2003 pleegde mijn vrouw zelfmoord. Ik moest mijn leven weer op de rit krijgen en dat was heel erg moeilijk. Ik heb veel steun gehad van beide families en vrienden. Ook heb ik geruime tijd therapeutische hulp gehad. Maar je moet toch verder en daar heb ik veel tijd in moeten investeren."

Inmiddels heeft hij een vriendin, die hij per toeval in 2009 ontmoette. “Ik was niet op zoek naar een relatie door het verlies van mijn vrouw. Tiny werkte als barvrouw in de sporthal waar ik regelmatig ging zaalvoetballen, zo hebben we elkaar ontmoet en van het een kwam het ander, de vonk sloeg over. Het gaat heel goed tussen ons, toch gaat er geen dag aan me voorbij dat ik niet denk aan mijn vrouw. Dat vergeet je nooit meer, het blijft een deel van je leven.”

Ondanks dat Tiny op 500 meter afstand van Hem vandaan woont, vindt hij het fijn om alleen te wonen. "We willen nu nog niet samenwonen, omdat we allebei onze eigen dingen willen blijven doen. Ook wil Tiny graag eerst dat haar drie thuiswonende kinderen op zichzelf gaan wonen. We nemen er de tijd voor.”

Het overlijden van zijn vrouw heeft volgens Hem ook invloed gehad op zijn werk. “Mijn werk in de logistiek heeft er veel onder geleden. Ik had altijd de ambitie om me verder te ontplooien, maar mijn drive was er niet meer en die heb ik nooit meer teruggekregen. Mijn werk voelde sindsdien toch enigszins als plichtmatig.”

Inmiddels werkt Hem nog maar drie dagen in de week. “Ik heb er bewust voor gekozen om minder te gaan werken om leuke dingen te kunnen doen. Ik leef nu en daar wil ik zo veel mogelijk van genieten. Op mijn vrije dagen is het heerlijk om niet meer naar de tijd te hoeven kijken, waardoor ik kan gaan en staan waar ik wil.”

Deze vrije dagen vult Hem zijn tijd met wandelen, fitnessen en beugelen. Dat ziet hij als een moment om af te schakelen. “Ik wandel gemiddeld 8 kilometer per dag. Soms ga ik nog laat in de avond wandelen, dan is er bijna niemand meer op straat. Dat vind ik heerlijk. Met wandelen kan ik mijn hoofd leegmaken en afschakelen.” Op advies van de longarts begon Hem in 2018 met zijn hobby wandelen. “Ik rookte vroeger onbenullig veel, in 2008 ben ik ermee gestopt. Later begon ik kortademig te worden en kwam ik in behandeling bij de longarts. Nu vind ik het zelfs jammer als ik niet zou kunnen wandelen.”

Sporten deed Hem al als 10-jarig jongetje. Regelmatig stond hij op het voetbalveld. Tot zijn 40e speelde hij in verschillende teams. “Ik ben zelfs zes keer kampioen geworden. Maar na een tijd laat je lichaam het na en is het tijd om te stoppen. Toen heb ik voor zaalvoetbal gekozen, omdat ik dacht dat ik met zaalvoetbal langer door kon gaan. Bij deze sport is het makkelijker om even op de bank uit te rusten en te blijven wisselen. Toen ik een epileptische aanval heb gekregen, ben ik daar uiteindelijk ook mee gestopt en ben me gaan richten op het beugelen.”

De interesse in beugelen begon bij zijn vader en broer. Het was dan ook zijn jongste broer Jo die Hem in 2007 over de streep trok om mee te doen aan een toernooi. “We speelden een koppeltoernooi met een beugelaar en een niet-beugelaar. Ik wist toen helemaal niet wat ik moest doen. Maar ik vond de sport echt leuk, het was voor mij een leuke uitdaging.” Volgens Hem wordt de sport beugelen onderschat. “Het wordt gezien als een ‘ouwenmannensport’, maar beugelen is best intensief en vermoeiend. Het is een technisch maar vooral tactisch spel, je moet continu nadenken. Je leert beugelen door veel te oefenen en te luisteren en te kijken naar wat anderen doen. Ik hoop ooit nog eens clubkampioen te worden. Die kansen zijn er wel, maar de concurrentie is groot en het clubkampioenschap zit altijd vol met verrassende uitslagen."

Tekst en beeld: Jeanine Hendriks