Ingangsdatum dorpsvoorziening wordt met maximaal één jaar verplaatst

De ingangsdatum voor het opzetten van een dorpsvoorziening met maximaal één jaar verplaatsen: dat is wat het College van B&W van gemeente Peel en Maas aan de gemeenteraad vraagt. Volgens het college is er voor de dorpen meer tijd nodig om uitvoering te geven aan het raadsvoorstel om per 1 januari 2022 over te gaan naar een dorpsvoorziening voor hulp bij het huishouden.

Per 1 januari zou het eigenaarschap, de regie en de uitvoering van hulp bij het huishouden volledig bij de dorpen liggen. De hulp wordt laagdrempelig en dichtbij de inwoners georganiseerd, met als eerste aanspreekpunt de dorpsondersteuners in ieder dorp. Een dorpsvoorziening wordt volledig buiten de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) georganiseerd en is daardoor geen gemeentelijke voorziening. De dorpen worden enkel financieel ondersteund door de gemeente en krijgen verder de ruimte om zelf de hulp laagdrempelig te organiseren.

De zorgaanbieders lieten eerder in de brief weten zorgen te hebben over de nieuwe maatregel. Door de lage prijzen die worden aangeboden voor de zorg van dienstverleners zijn ze bang dat er voor zorgmedewerkers in de gemeente baanverlies zal volgen. Ook stelden de zorgaanbieders dat de gemeente de verantwoordelijkheid moet dragen voor uitvoering van de Wmo en dit niet kan uitbesteden.

Juridisch advies
Vóór en na het raadsbesluit van 20 april is een werkgroep vanuit de dorpen aan de slag gegaan om de dorpsvoorziening vorm te geven. Ook de gemeente werkte aan de uitvoering van het raadsbesluit. Voor de zorgvuldigheid waren op uitvoeringsgebied een aantal externe adviezen nodig. Op vrijdag 19 november is tijdens een gesprek met de dorpen, zorgaanbieders en de gemeente besloten de raad om uitstel te vragen tot uiterlijk 1 januari 2023. "Er is op basis van de adviezen gebleken dat het juridisch mogelijk is om een dorpsvoorziening te realiseren. Ook baanbehoud voor de zorgverleners is gewaarborgd. Maar de tijd wordt wat krap om de realisatie heel deugdelijk te doen", laat wethouder Anget Mestrom weten. Volgens de wethouder was het niet van te voren in te schatten dat de ingangsdatum niet haalbaar was. "We hebben oprecht gedacht dat het kon, er waren geen signalen dat het niet haalbaar was. Voordat het besluit op 20 april naar de gemeenteraad ging, hebben we al juridisch advies opgevraagd. Maar in de uitvoering hebben we extra advies moeten vragen. Je krijgt dan te maken met een ander soort vraagstukken."

Dat kan Gijs van Lier van Stichting KernKracht Peel en Maas beamen. "We waren goed voorbereid, maar toen kwam het moment om te bepalen wie onze contractpartner zou worden. Dat wilden we graag getoetst hebben. Daarna hebben de zorgaanbieders pas in een brandbrief hun zorgen over de dorpsvoorziening geuit. Dat is niet de reden geweest van de vertraging." De vertraging was vooral te wijten aan de trage reactie op de ingediende adviezen, geeft Rob Hüskens van het kernteam Maasbree aan. "Het is hartstikke nieuw waar we mee bezig zijn, je loopt daardoor tegen dingen aan die uitgezocht moeten worden. Begin november constateerden we dat we niet alle adviezen binnen hadden. Dan moet je op de rem gaan staan."
Mestrom: "Als het advies eerder binnen was gekomen, hadden we 1 januari wel gehaald. Maar wat ons betreft doen we het nu zorgvuldig."

Zorgvuldigheid
De zorgaanbieders staan achter het besluit om de ingangsdatum te verplaatsen. "Gezien de belangrijkheid van de ontwikkelingen is zorgvuldigheid gewenst. Wij steunen de keuze om de tijd te nemen en alle openstaande punten in gezamenlijkheid te doorgronden. De inhoudelijke dialoog over haalbaarheid, juridische kaders en toekomstbestendigheid voeren we in goede dialoog samen met de collega aanbieders, de dorpskernen en de gemeente, waarbij zorgcontinuïteit en zekerheid voor cliënten en medewerkers het vertrekpunt is en blijft", aldus Jeroen Kamerbeek, commercieel directeur Tzorg.

Volgens wethouder Mestrom zijn er geen financiële gevolgen aan het uitstellen van de dorpsvoorziening. "Op het moment dat de dorpsvoorziening een feit is, gaat het pas 300.000 euro kosten, omdat de btw betaald moet worden. De tweetal externe adviezen zijn betaald binnen de daarvoor beschikbare programmabudgetten. Deze kosten x euro."

Tekst: Jeanine Hendriks