Smartphone

Een paar weken geleden liep ik door het Bouwens, mijn oude middelbare school. Naast dat de school zelf behoorlijk veranderd is, leek dit ook het geval bij de kinderen. Waar wij vroeger, ik praat over een kleine tien jaar geleden, nog voetbalden of eindeloze ‘toeppotjes’ speelden in de pauze, zag ik nu dat de kinderen vrijwel allemaal gekluisterd waren aan het scherm van hun smartphone.

Als communicatiewetenschapper heb ik er natuurlijk veel over gelezen. Toch vond ik het beeld schrijnend. Even voor de context: tegenwoordig besteedt 60 procent van de jongeren meer dan drie uur per dag aan de smartphone, 15 procent brengt zelfs meer dan zes (!) uur door op het apparaat.

Ook wordt er steeds meer bekend over dit overmatige gebruik. Zo gaat de ontwikkeling van sociale vaardigheden hierdoor flink achteruit. Daarnaast ontwikkelt het stress. Kinderen hebben namelijk continu het gevoel dat ze voor alles en iedereen bereikbaar moeten zijn. Maar ook de concentratie van jongeren wordt er niet beter op. Ieder moment dat de smartphone trilt of het schermpje blinkt, duurt het weer langer voordat je in dezelfde concentratieboog zit.

Natuurlijk, we moeten mee in de tijd en ik pleit echt niet voor het afschaffen van de smartphone. Ik neem de jongeren ook helemaal niks kwalijk. De producenten doen er namelijk alles aan om kinderen zo lang mogelijk op het toestel te laten doorbrengen.

Wat er wel gedaan kan worden, door scholen bijvoorbeeld, is om kinderen te leren hoe ze om moeten gaan met de nieuwe media. Bijvoorbeeld door het vak ‘medialeer’ in te voeren om kinderen bewust te maken van de negatieve gevolgen maar ze vooral ook te leren hoe ze het op een positieve manier kunnen gebruiken. Want als we niet uitkijken, wordt er straks alleen nog maar gekaart en gevoetbald op de smartphone.

Robert