Dana Cup ervaring om nooit te vergeten voor Baarlose meiden

Hoewel de sportieve prestaties op de kwalitatief goedbezette Dana Cup vast en zeker niet al te lang blijven hangen bij de meiden van VV Baarlo MO19-1, beleefden ze naar eigen zeggen op alle fronten een legendarische week op Deens grondgebied. Een terugblik met speelsters Lieke Smedts en Bien Driessen.

"Het was een prachtige week, vol gezelligheid", laat Bien enthousiast weten. "We gaan dit niet snel nog eens meemaken, verwacht ik. We zijn heel blij dat we dit met ons 'oude' elftal konden doen. Komend seizoen start een deel van het team bij de senioren, een paar meiden gaan stoppen en de overige zes sluiten zich aan bij MO17-1", verduidelijkt Lieke. De trip naar Noorwegen vormde derhalve de afscheidstoer voor het succesvolle MO19-1. Een team dat al lang bij elkaar is. "Er waren in Denemarken zelfs twee meiden bij die in 2020, toen we eigenlijk een toernooi in het buitenland aan het plannen waren maar er vanwege corona een streep door ging, nog bij ons team hoorden", vertelt Lieke. "Dat geeft wel aan hoe hecht we zijn."

Mexicaanse domper
Voor de Dana Cup maken jaarlijks honderen jeugdteams, bestaande uit zowel meiden als jongens, de oversteek naar Denemarken. Per bus, zoals de meiden van Baarlo, of per vliegtuig, zoals de tegenstandsters die uiteindelijk verantwoordelijk waren voor de uitschakeling van Baarlo MO19-1 in de kwartfinales van de verliezersronde. "Onze resultaten waren niet super, maar we hebben wel ontzettend goed ons best gedaan. Het hoge niveau en de harde wind speelden ons behoorlijk parten", verklaart Bien. "In de poulefase speelden we tegen een Noors elftal (0-7 verlies, red.). Die meiden spelen drie niveaus hoger dan wij. Dat geeft wel aan hoe hoog het niveau was", voegt de voetbalster daaraan toe. "In de kruisfinales, waarin we uiteindelijk van het Mexicaanse Femelite met 0-1 verloren, hadden we prima kansen om te winnen", vertelt ze. "Toen speelde de vermoeidheid ook een grote rol. Iedereen zat er op de laatste dag een beetje doorheen. En we hadden intussen allemaal spierpijn van het voetballen en de korte nachten", voert Lieke verdere verzachtende omstandigheden aan.

Gezelligheid
Het sportieve aspect, hoewel het voor mooie ervaringen zorgde, zullen de meiden vermoedelijk snel vergeten. De week in Denemarken stond in het teken van veel meer dan voetbal alleen. "We hebben wel een paar feestjes gebouwd", vertelt Bien. "Het was onderling gewoon hartstikke gezellig. Ook met de jongensteams die in dezelfde accommodatie als ons verbleven. Dat klikte wel. We hebben onderling veel spelletjes gespeeld en de alcoholische drank was natuurlijk ook nooit ver weg", zegt ze lachend. "De openingsceremonie was wel echt het hoogtepunt voor de meeste meiden. Met alle deelnemende teams liepen we een route door de speelstad en eindigden we in het stadion van de lokale profclub. Een prachtige en unieke ervaring, die iedereen nog lang bij zal blijven", aldus Bien. "We hebben ook best veel van de omgeving gezien", voegt Lieke toe. "Op woensdag zijn we de hele dag gaan fietsen en hebben we heerlijk geluncht met z'n allen. Het strand hebben we natuurlijk ook eventjes bezocht."

TK: Reünie
Na een busreis van 12 uur, keerden de meiden afgelopen zaterdagavond 30 juli terug in Baarlo. Wie denkt dat ze uitgeput hun bed opzochten, heeft het mis. De lijn van de week daarvoor werd moeiteloos nog eventjes doorgetrokken. "Het is fijn om weer terug in Baarlo te zijn, maar de week had van ons best nog wat langer mogen duren. Na thuiskomst is een deel van ons direct doorgegaan naar de Ossefeesten. We vonden dat er nog niet genoeg was gefeest. Wij kunnen altijd door", vertelt Bien met een lach. Het mag duidelijk zijn: de trip van VV Baarlo MO19-1 naar de Dana Cup was een succes. Sterker nog: het schreeuwt om een vervolg. Nu het team uit elkaar valt, lijkt dat lastig te gaan worden. Al houdt Lieke een slag om de arm. "Zeg nooit nooit. Ik zou het zo weer overdoen. Misschien kunnen we als een soort reünie in de toekomst nog een keer gaan met dit gezelschap. Dat zou geweldig zijn."

Tekst: Jelle van Hees