Na ruim vijftig jaar is Jan Wilms noodgedwongen supervrijwilliger af

Voorafgaand aan de bekerderby tegen Helden op zondag 4 september, werd Jan Wilms bij SV Panningen in het zonnetje gezet. Als vrijwilliger was hij sinds 1968 in vrijwel iedere rol aan de voetbalvereniging van Kepèl verbonden. "Van maandagochtend tot zondagavond was ik hier te vinden. Alleen zelf voetballen deed ik nooit."

Wie sportpark Panningen Noord betreedt, wandelt door de poort richting het clubgebouw. Het pad voert via het kassahokje, langs het hoofdveld, naar de kantine. Het stukje grond waarover wekelijks honderden voetballers lopen, is inmiddels het 'Jan Wilms Pédje' gedoopt en vormt een ultiem eerbetoon aan de vrijwilliger die zich sinds 1968 in tal van rollen inzette voor 'zijn' SV Panningen. "Ergens had ik een donkerbruin vermoeden dat er iets stond te gebeuren rondom de derby tegen Helden", vertelt een geëmotioneerde Jan over het moment dat hem alle lof werd toegezwaaid. "Mijn vrouw en kinderen waren erbij. Net als mijn nog levende broers en zussen. Allemaal waren ze hier om 14.00 uur", blikt hij terug.

Niet vaak thuis
Toen Jan, die opvallend genoeg in Helden werd geboren, eind jaren 60 kennismaakte met SV Panningen, was hij al snel verkocht. "Omdat ik hier toch regelmatig te vinden was, kon ik net zo goed iets voor de club gaan doen. Dat begon als leider van de B-jeugd", herinnert Jan zich. In de daaropvolgende vijftig jaar nam hij vrijwel iedere rol op zich. Van het schoonmaken van de kleedlokalen tot die van leider van het eerste elftal en van voorzitter van de jeugdafdeling tot een functie als penningmeester. "Volgens mij ben ik alleen geen voorzitter van de seniorenafdeling geweest. En zelf voetballen heb ik nooit gedaan", vertelt Jan. "Dagelijks was ik hier na mijn werk te vinden. Om 20.00 uur even naar huis om iets te eten en dan weer gauw terug naar het sportpark. Dat gold ook voor de weekenden. Nee, thuis was ik niet veel te vinden. Dat zullen mijn vrouw en twee dochters kunnen beamen."

Hangen en wurgen
Inmiddels haalt hij die verloren tijd met zijn vrouw dubbel en dwars in. Samen wonen ze in een kamer bij woonzorgcentrum Piushof in Panningen. "De gezondheid laat te wensen over", vertelt Jan vanuit zijn rolstoel. "Ik heb Parkinson en daarnaast huidkanker. Vervelend, maar ik mag blij zijn dat het huidkanker betreft en geen andere variant." Ook Jans vrouw is hulpbehoevend. Het stel heeft veel steun aan elkaar en aan familie. Zijn gebrekkige gezondheid betekende echter ook dat Jan zijn vrijwillige taken neer moest leggen. "Daar heb ik eigenlijk niet echt vrede mee", vertelt Jan. "Maar het is zoals het is. Daar kun je moeilijk over doen, maar daar bereik je niets mee. Met hangen en wurgen zou ik wellicht nog iets kunnen betekenen voor de voetbalclub, maar dat heeft geen zin meer." Als vrijwilliger maakte Jan de hoogtijdagen van SV Panningen mee. Tijdens de periode waarin de club zo'n twintig jaar in de hoofdklasse acteerde, miste hij vrijwel geen enkel duel. "Overal gingen we heen, soms wel met een bus vol. Die tijd ligt helaas ver achter ons", blikt hij terug. "Inmiddels heb ik er een streep onder gezet. Wanneer je Parkinson en huidkanker krijgt, ga je toch iets anders tegen bepaalde dingen aankijken", vertelt de 'supervrijwilliger', zoals hij respectvol genoemd wordt bij SV Panningen. Hij mag dan niet meer in een officiële rol aan de voetbalclub verbonden zijn, het Jan Wilms Pédje en de herinnering aan zijn vrijwillige inzet zijn voor de eeuwigheid.

Tekst en beeld: Jelle van Hees