Veteranendag - Nieuw-Guinea 1962

1-9-2016 door: Redactie
Peel en Maas viert op zaterdag 17 september haar eerste lustrum van de Veteranendag. Die dag worden alle veteranen, in het bijzonder die uit onze gemeente, in het zonnetje gezet. HALLO tekende de verhalen op van drie militairen die op verschillende uitzendingen zijn geweest. Deze week: de 73-jarige Frits Lucker uit Panningen, die in april 1962 naar Nieuw-Guinea ging.
maskTop
Veteranendag - Nieuw-Guinea 1962
maskBottom

Frits was 19 lentes jong toen hij in april 1962 als dienstplichtige van het zesde infanteriebataljon meeging naar Nieuw-Guinea, een eiland ten noorden van Australië en ten oosten van Indonesië. Op dat moment was er een militair conflict gaande tussen Nederland en Indonesië om het voormalige Nederlands-Nieuw-Guinea. Vijf maanden daarvoor werd Frits opgeroepen als dienstplichtige. “Bij Regiment Infanterie Oranje Gelderland zijn we begonnen met een tropenopleiding bij vijftien graden onder nul, omdat het toen winter was”, aldus Frits.

Het buitenlandse avontuur begon voor Frits op 19 april 1962, toen hij met een propellervliegtuig richting West-Nieuw-Guinea vloog. “Eén van de tussenstops was op het eiland Biak, waar we een hele week moesten acclimatiseren. Het was daar 35 graden. Die tropische temperaturen waren wij niet gewend. Na die week zijn we naar Sorong gegaan en van daaruit met een watervliegtuig naar de kazerne op eindbestemming Fak-Fak gevlogen.” Frits was daar onderdeel van een ondersteuningspeloton. “Onze taak was daar het gebied bewaken. We moesten veel wachtlopen en op onze hoede zijn voor infiltranten”, legt Frits uit. “Dit waren in het begin vaak amateuristische parachutisten uit Indonesië die niet goed bewapend waren. Later kwamen er elitesoldaten met een wapenuitrusting waar je u tegen zegt.” Ook als er ergens geschoten werd, werd het peloton opgeroepen om klaar te staan.

De Nederlandse militairen hebben in Nieuw-Guinea hulp gekregen van de Papoea’s, de oorspronkelijke bewoners van het eiland, die op dat moment onafhankelijk wilden zijn. Frits: “Als je daar door de bush liep, zag je helemaal niks. Het was enorm begroeid, wat ervoor zorgde dat je nog net het pad kon zien waar je liep. We hadden daarom altijd de Papoea’s bij ons als gids. Als zij ons niet hadden geholpen, waren we er nooit meer uit gekomen. Ik vond het zo’n mooie en vriendelijke bevolking. Hoewel ze onafhankelijk wilden zijn, hebben ze ons enorm geholpen. Niets kostte hen te veel moeite. Omdat ze verschillende Maleisische dialecten spraken, ging de communicatie via handen en voeten”, zegt Frits lachend. “Dat was niet makkelijk, maar we kwamen er altijd uit.”

Hoewel er niet ieder moment van de dag wat gebeurde, was er constant dreiging. Aan het einde van de uitzending leek het bijna mis te gaan. “Op de allerlaatste dag kregen we te horen dat er een Indonesische vloot aan zou komen met vier- tot vijfduizend man. Toen dacht ik dat het fout ging aflopen”, vertelt Frits. “Gelukkig wist de Nederlandse inlichtingendienst precies waar de vloot zou aanmeren en wat de plannen waren. Niet snel daarna werd er in Verenigde Staten een vredesakkoord getekend onder leiding van president John F. Kennedy, wat voor de Indonesiërs reden genoeg was om terug te keren. Precies op tijd, want anders waren er duizenden doden gevallen.”

Na bijna zeven maanden mochten Frits en zijn maten zich opmaken voor de terugreis. “Doordat de VS ons eigenlijk uit Nieuw-Genuea heeft gezet, gingen we met een gemengd gevoel terug naar Nederland. Omdat we de Papoea’s niet hadden kunnen helpen zoals we dat wilden, hadden we voor ons gevoel gefaald. Dat gevoel is jaren blijven hangen, maar ebt langzaam weg”, legt Frits uit. “Hetzelfde geldt voor het gevoel dat je constant alles in de gaten moet blijven houden wanneer je thuis bent. Zo ging ik altijd bewust ergens met mijn rug tegen de muur zitten met het gezicht gericht op de deuren, zodat er niemand achter mij was en zodat ik kon zien wie er binnenkwam of wegging.” Omdat militairen in die tijd geen hulp aangeboden kregen na terugkomst, was het voor Frits moeilijk zijn verhaal kwijt te kunnen. “Niemand snapt hoe het voor jou is geweest. Ik heb ervaringen in brokstukken aan mijn ouders verteld, maar het was voor hen ook moeilijk te begrijpen. Gelukkig is dat nu anders.”

Disclaimer | Copyright© 2017 Kempen Media b.v. | Ontwerp & realisatie Kempen Communicatie
Kempen Media b.v. is partner van Kempen Communicatie b.v.
Kempen Communicatie: Strategie, Creatie, Realisatie